Het gelaagde fysieke beveiligingsmodel
Fysieke beveiliging is het meest effectief wanneer ontworpen als concentrische lagen — elke laag biedt zowel een eigen afschrikking- en detectiefunctie als diepte tegen dreigingen die de buitenste laag doordringen. De buitenste laag is de locatieperimeter: omheining, muren, voertuigbarrières en buitenverlichting die de grens definiëren en ongeoorloofde toegang zichtbaar maken. De tweede laag is de gebouwschil: geharde deuren, ramen en toegangspunten die geforceerde toegang weerstaan.
De derde laag is interne toegangscontrole: het afscheiden van gevoelige gebieden binnen het gebouw (serverruimten, kasverwerking, executive-verdiepingen) van algemene toegangsgebieden. De binnenste laag is de onmiddellijke bescherming van de hoogst-waardige activa: kluizen, gepantserde kasten, vergrendelde serverracks.
Menselijke beveiligingsresources — bewakers, mobiele patrouilles, receptiebeveiliging — bevinden zich in alle lagen: ze schrikken af door zichtbare aanwezigheid, detecteren door observatie en alarmrespons, en reageren op inbreuken die de fysieke en elektronische lagen niet hebben voorkomen.
